Deze zonnebloem heeft, zoals de naam al doet vermoeden, hartvormige bladen die de steel wel lijken te omarmen. Hij doet het het best op een lichtvochtige humusrijke of leemhoudende grond. Veen...
Vormt in de loop van de herfst prachtige gemarmerde bladeren.
In juni verschijnen de typische bloeiwijzen en in de nazomer heeft de plant een stengel met fel oranje gekleurde bessen.
Bloeitijd: maart – april. Hoogte 40 cm.
Meerder kleine geurende bloemen per steel.
Rond het jaar 1900 ontstaan door kruising van
N. tazetta en N. poëticus.
Variant van de winteraconiet afkomstig uit Irak en Afghanistan. De groene kraag onder de gele bloem is fijner, waardoor de bloemen mooier uitkomen. De bloemen zelf zijn in het begin ook iets ronder en bolvormiger. Heeft wat meer licht nodig dan de Europes
Nauw aan de oosterse sterhyacint (Scilla siberica) verwant bolgewas. Afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en Klein Azië. Verwilder door zaad.
Bloeitijd: maart-april
Hoogte: 15 cm
Standplaats: zonnig tot halfschaduw
Grondsoort: vochtig maar niet na
Uit Azië afkomstig, bloeit in april-mei, hoogte: 20-40 cm, standplaats: half vochtig, half beschaduwd.
De kleur van verschillende zaailingen is variërend van paars tot lila. De plant vormt over tijd kluiten met vele bloemstengels waarvan klonen losgesche
Grote maagdenpalm (Vinca major) is een vaste plant behorend tot de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). De plant komt van nature voor in Zuid-Europa. De plant lijkt sterk op de kleine maagdenpalm (Vinca minor), maar is hoger en kan 50-70 cm hoog worden.
De roze variant van het normaal wit bloeiende lelietje-van-dalen bloei begin mei en wordt ook wel meiklokje genoemd. Het plantje kan zich enthousiat uitbreiden via kruipende wortelstokken. Op zure grond oppassen dat hij niet uit de hand loopt.
Overblijvend viooltje, bloeit in april - mei, 5 - 10 cm hoog met blauw gespikkelde witte bloemetjes. Verspreid zich langzaam door vorming van wortelstokken, of stolonen, net onder het grondoppervlak.Verspreiding door zaad komt ook voor. Zonnig - half scha